Werner Klompen
Werner Klompen
met Dead Sex UniverseGeen kunst als modegril (door Aja Waalwijk)
Van 10 mei tot 6 juni exposeren Mariëlle van Deursen en Maurice van Kessel postuum werk van de Limburgse kunstenaar Werner Klompen (1962-2025) in Zaal 100 (De Wittenstraat 100). Werner trad er drie jaar geleden op met de noiseband Dead Sex Universe en plande een tentoonstelling die vanwege zijn overlijden helaas niet kon plaatsvinden. Dankzij bovengenoemde vrienden is zijn droom in Amsterdam zijn werk te kunnen tonen alsnog verwezenlijkt.
Het betreft schilderingen op allerhande materialen zoals pizzadozen en assemblages waarin o.a. 3D-verpakkingen van transparant plastic zijn verwerkt. Abstracte composities wisselen af met mensachtige figuren en maskers waarbij het driedimensionale plastic de vorm van ogen, monden of borstpartijen inneemt als waren het doorkijkjes naar andere werelden. In een explosieve hoeveelheid aan vormen en beelden draagt ook de keuze van kleuren bij tot grote verschillen in aanpak en stijl; van pasteltinten en krioelende lijntjes tot stralende kleuren en dikke arceringen die heftig tegen elkaar afsteken.
Werner zag verpakkingsmaterialen als semiotische tekens die o.a. vervloeiing tussen binnen en buiten in beeld brengen. Hij hield van pizza's vanwege het delen en beschilderde naast honderden pizzadozen bv. ook verpakkingen voor meloenen. De halfronde bollen die de onderkant markeren zijn donkergrijs geschilderd en voorzien van zwarte en witte lijntjes op een contrasterende ondergrond, eveneens vol lijntjes en aangevuld met verfspatten. De verpakkingen groeiden uit tot sculpturale reliëfs, evenals zijn, met dikke lagen verf bedekte speelgoedassemblages.
Werner volgde een opleiding grafiek aan de Stadsacademie te Düsseldorf en aan Artibus te Utrecht en ontwikkelde zich tot een experimentele kunstenaar in hart en nieren. Hij ging helemaal voor de kunst. Zijn galerie No Art Fashion te Roggel was een plek waar kunst niet werd getoond om te behagen, maar om te verrassen, te ontregelen en te raken. De vrije ruimtes in Amsterdam zag hij als voorbeeld. De Amsterdamse scene had volgens hem het voorbereidende werk gedaan en die leerde hij nu stap voor stap kennen vanwege optredens op het NDSM-terrein, Ruigoord en Zaal 100.
Kort voor zijn overlijden schreef hij: 'Culturele initiatieven die onafhankelijk zijn van de staat vormen een essentieel onderdeel van een levendige en diverse democratie. Ze vervullen een unieke rol in de samenleving door ruimte te bieden aan tegencultuur en alternatieve uitingen van kunst. Waar staatsinstellingen gebonden zijn aan beleid, beperkingen hebben en vaak ook politieke agenda’s, kunnen onafhankelijke instellingen vrijer reageren op maatschappelijke veranderingen en vernieuwende projecten ondersteunen. Dit maakt hen tot belangrijke katalysatoren voor maatschappelijke betrokkenheid, artistieke vernieuwing en democratische expressie. De vrijheid van deze instellingen stelt hen in staat om kritisch te reageren op maatschappelijke ontwikkelingen zonder rekening te hoeven houden met de politieke of institutionele belangen die staatsinstellingen binden. Daarnaast werken onafhankelijke initiatieven vaak nauw samen met lokale gemeenschappen en andere kunstenaars, waardoor er meer ruimte is voor co-creatie en participatieve kunstvormen. Dit creëert een ruimte voor informeel leren en gedeelde ervaringen die mensen dichter bij elkaar brengen. Ze experimenteren bijvoorbeeld met hybride programma’s, zoals een combinatie van beeldende kunst, muziek, dans en technologie, en creëren unieke ervaringen die de grenzen van traditionele kunstvormen overstijgen. Hierdoor kunnen zij ook een jonger publiek aanspreken, dat meer behoefte heeft aan dynamische, interdisciplinaire en interactieve vormen van cultuur.'
Drie dagen voor zijn overlijden vertelde hij mij: 'We zijn kinderen van het universum. Als kind zit je daar nog helemaal in, want dan is er nog geen verschil tussen binnen en buiten. Net als bij een boom, die is en blijft een eenheid vormen met zijn omgeving. Word je geboren, dan heb je een oerkracht die de energie geeft om het leven te lijden. Je komt daarna dingen tegen die je niet wil. Het leven maakt dat je de weg, of eigenlijk jezelf kwijtraakt. Mijn afbeeldingen zijn gedaantes, voorstellingen van mensen die ontploffen. Ik schiet alle kanten op, maar de splinters die alle kanten opvliegen vormen toch een eenheid. Een schilderij moet goed zijn, maar op het moment van het maken is er ook rommel aanwezig. We halen als individuen alles door elkaar en dat maakt wat we doen en dat hebben we niet allemaal onder controle. Belangrijk vind ik dat er iets in zit wat je niet in de hand hebt, het toeval van het moment. Zo heb ik in twee schilderijen assemblages met tie-wraps verwerkt. Ook belichting speelt een rol. Blacklight bijvoorbeeld geeft iets een andere vorm, maakt de dingen meer sculptuurachtig. Ik denk aan de productie van schilderijen waar licht in zit en om ledlampen met afgestemde kleuren op muziek te laten bewegen. Het programmeren van lichtlijnen als een ontwikkelingsfase voor video-mapping, maar dan zonder beamer via een zelfgemaakte projector. Dat is trippy. Wat mij beweegt is verwondering en beleving. De diepere betekenis is onbewust en het onbewuste is voor mij meer realiteit dan de bewuste keuze.'
Opening expo Zaal 100 op zondag 10 mei van 14:00 tot 18:00 uur met een optreden van de Dead Sex Universe met Uwe Jochum (Roemenië) en Taka Kagatomi (Japan).