Kritiek publiek: Recensent (m/v/x) heeft een moreel oordeel
Man-vrouw-verhoudingen zijn niet alleen onder invloed van het feminisme, de manosfeer en het toenemende populisme een terugkerend heet hangijzer in het publieke debat, maar ook in de literatuur. Niet zelden vellen critici een moreel oordeel over de al dan niet seksistische personages en ideeën die gepresenteerd worden in een roman. Is het de taak van de recensent om de lezer hierop te wijzen? Namens wie doet hij/zij/hen dat? En maakt het uit wat de (gender)identiteit van een recensent is?
Was Jan Wolkers een taboedoorbrekende schrijver die de Nederlandse literatuur uit haar preutse keurslijf bevrijdde of waren zijn mannelijke personages toch vooral bezig om hun eigen lusten te botvieren op eendimensionale vrouwpersonages? Getuigen de ideeën die Connie Palmen in Johnnie Walker over het moederschap uitdrukt van een misogyn vrouwbeeld of van autonoom kunstenaarschap? Mogen we het Geerten Meijsing aanrekenen dat de vrouwelijke personages in zijn autobiografische roman R.I.P. Gissing getuigen van een archaïsch vrouwbeeld, of is de literatuur vrij?
Daarover gaan Persis Bekkering, Arnold Heumakers en Marja Pruis met elkaar in gesprek onder leiding van moderator Dieuwertje Mertens. Marieke Winkler zal het programma inleiden, Marja Pruis leest een column voor en Maarten Doorman zorgt voor een poëtisch intermezzo.
Kritiek publiek is een programmareeks van Podium voor Literatuurkritiek en SPUI25 waarin literatuurcritici met elkaar en met hun publiek in gesprek gaan over wat hen bezighoudt. Voor iedereen die van lezen, kritiek en discussie houdt. Van critici houden is geen must.
Podium voor Literatuurkritiek is een initiatief van Maarten Doorman, Dieuwertje Mertens en Marieke Winkler.
Sprekers
Marja Pruis is schrijver en redacteur voor De Groene Amsterdammer en schrijver van romans en essays. Ze werd genomineerd voor en bekroond met verschillende prijzen, onder andere die voor beste columnist en essayist. In 2013 verscheen haar boek over Patricia de Martelaere, Als je weg bent. Haar meest recente essayboek is Boos meisje. Over vrouwen en frictie (2022). In 2023 verscheen haar laatste roman, Huiswerk.
Arnold Heumakers is criticus bij NRC Handelsblad en was docent cultuurwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam. Hij schrijft het voorwoord bij Londen, het tweede teruggevonden manuscript van Céline dat vertaald wordt en voorjaar 2024 verschijnt bij Athenaeum. Eerder verschenen van zijn hand onder andere Langs de afgrond. Het nut van foute denkers (2020), en De esthetische revolutie. Hoe Verlichting en Romantiek de kunst uitvonden (2015).
Persis Bekkering debuteerde met de roman Een heldenleven (Prometheus, 2018), die werd genomineerd voor de ANV Debutantenprijs (shortlist). Ze schrijft essays, columns, literaire- en kunstkritieken voor onder andere NRC Handelsblad, de Nederlandse Boekengids en Mister Motley. Ook maakt ze deel uit van de redactie van tijdschrift nY. Haar nieuwe roman Exces, over de rave-beweging als het rituele afscheid van de toekomst, is onlangs bij Prometheus verschenen.
Dieuwertje Mertens (moderator) is schrijver, criticus en moderator. Ze schreef de romans Kiefers hand(2026) en Moeders. Heiligen (2023). Haar debuutroman werd genomineerd voor de Anton Wachterprijs en bekroond met het C.C.S. Cronestipendium. Samen met Maarten Doorman en Marieke Winkler richtte ze Podium voor Literatuurkritiek op en maakt ze programma’s over literatuurkritiek. In 2027 verschijnt haar boek Kritiek! over het belang van kunst- en literatuurkritiek in een democratische samenleving.
Maarten Doorman is schrijver, filosoof en medewerker van NRC. Eerder publiceerde hij o.a. De romantische orde, Rousseau en ik. Over de erfzonde van de authenticiteit en Een jager in het woud. Afgelopen jaar verschenen van zijn hand Mijn vader en ik en het Elementaire Deeltje Verlichting.
Marieke Winkler is letterkundige en redacteur. Haar proefschrift, Geleerd of niet? Literatuurkritiek en literatuurwetenschap in Nederland, sinds 1876 (2017) werd bekroond met de Keetje Hodshon Prijs 2022. Haar recente onderzoek richt zich op de ‘gouden jaren’ van de kunstkritiek (1970-1980) en de ontwikkeling van de hedendaagse literaire kritiek in digitale tijden.