Avond van het essay
Schrijver Christiaan Weijts vergelijkt het in zijn nieuwe essaybundel met flaneren: essayeren is als dralen, als slenteren, als drentelen. Onderzoekend, onzeker, onvast, in een tijdperk dat barst van stelligheden en vraagt om productiviteit. Deze avond duiken we in het essaygenre en flaneren we ons een aarzelende weg naar voorzichtige antwoorden over de staat en de toekomst van het essay.
Het genre lijkt aan populariteit te winnen. Is het de aandachtsspanne van de lezer – die iets langers wil dan een column, maar iets korters dan een boek? Is het het onderzoekende karakter? Is het de aanbidding van de schrijver, van de intellectueel – lezen we graag over diens leven en denkwijzen? Of imiteren we vooral gretig de Amerikaanse voorhoede? Wat zegt het essay over onze behoeften, onze verlangens?
En wat maakt het essay eigenlijk een essay? Waarin verschilt het van, bijvoorbeeld, een pamflet, of memoires, of andere non-fictie? Is het essay elitair? Noemen we een essay dat niet door een veronderstelde intellectueel geschreven is ook een essay, of heet het dan een reportage, een longread, een verhaal?
Deze avond duiken we in het essaygenre van Montaigne tot The New Yorker en flaneren we ons een aarzelende weg naar voorzichtige antwoorden over de staat en de toekomst van het essay.